Nico (3e van links) en Leo (4e van links) met een lichting van "hun" laureaten. Onder wie Mathijs Schlepers (2e van links) en Remi Bode (midden), ook geïnterviewd voor dit magazine.

 

Van Verre 288 - Op eigen kracht

 

Interview Leo van Os (19580077) en Nico van Leeuwen (19580061) – Het scholarship van de klas 1958

Tekst: Hester van Beeck Calkoen

 

“Wij willen de leiders van de toekomst ondersteunen. Voortrekkers in de maatschappij, die hebben we nodig.”

 

We treffen elkaar op een zo goed als uitgestorven campus. “Het is zo jammer dat je nu de reuring mist, wij kennen het niet anders dan levendig, er gebeurde altijd wel iets.” Voordat ik begin met het interview, willen de heren eerst nog even weten wat voor vlees ze in de kuip hebben. Als ik meld dat ik in Utrecht heb gestudeerd, maakt Leo een handgebaar en zegt met een knipoog “ach, iedereen maakt fouten in het leven.”

 

De klas van 1958

Leo van Os (19580077) en Nico van Leeuwen (19580061) zijn afgevaardigden van het jaar 1958. Samen met Karel Leeflang (19580060) vormen zij de selectiecommissie voor het scholarship dat hun jaar beschikbaar stelt aan hoopvolle studenten in spé. 15 jaar geleden zijn ze begonnen. Tot nu toe hebben ze 25 studenten kunnen ondersteunen.

 

Leo: “Tijdens een van onze reünies kwam de gedachte op om als jaargang iets na te laten aan de volgende generatie studenten. Nyenrode is heel bijzonder, daar zijn wij het met elkaar over eens, maar het is ook kostbaar. Niet iedereen kan die centen makkelijk missen. In die tijd subsidieerde de overheid ook nog helemaal niks. Dus of je ouders moesten het geld klaar hebben liggen, of je moest een organisatie achter je hebben die je kon steunen, en wie beter dan oud-Nyenrodianen?” Betrokken waren ook Jolt Oostra (19580076), de jaarvertegenwoordiger en Karel Paauwe als ‘Vierte im Bunde’. “We hebben tijdens een reünie het idee voor een scholarship aan onze jaargenoten voorgelegd zo en toezeggingen voor geld bij elkaar gekregen; dat begon toen met 15.000 euro. In die tijd was het scholarship nog een gift, de studenten kregen het, konden er een deel van hun studie mee bekostigen en dat was dat. Van dat geld stelden we soms twee beurzen beschikbaar. Een tijdje later werd het een revolving scholarship, zodat het geld opnieuw beschikbaar zou komen voor nieuwe studenten. Dat was een ingewikkelde financiële constructie, want officieel mag het geen lening heten, omdat we geen bank zijn. Per persoon was de bijdrage geen rib uit ons lijf, maar het betekende wel een commitment voor vijf jaar.”

Nico: “In 2013 kwam er iets bij. Ik was vanaf het begin af aan enthousiast over het initiatief en ik deed op individuele conto mee. Je moet, na aftrek van belastingen, denken aan een tientje per maand. Dat is per persoon natuurlijk te overzien. Ik zat tegelijkertijd in het bestuur van een stichting die bezig was zichzelf op te heffen. Deze stichting had als doel mensen te ondersteunen die het financieel moeilijk hadden. Ik heb toen voor elkaar gekregen dat een deel van het geld dat er nog was, werd geschonken aan ons scholarship, dat ging om 50.000 euro.  

Leo: “Uiteindelijk kwamen we op 20.000 euro per jaar, daar konden we per jaar 2 of zelfs 3 studenten van ondersteunen.”

 

Hoe komen studenten in aanmerking voor jullie scholarship?

Leo: “Wij hebben twee belangrijke criteria voor het gunnen van de scholarships: Ten eerste moet onze steun het verschil maken. De situatie moet zo zijn dat de student het financieel zonder ons niet redt om naar Nyenrode te gaan. We krijgen namelijk soms ook wel aanvragen van mensen wiens ouders het eigenlijk zelf wel zouden kunnen bekostigen, of studenten die het wel iets breder willen hebben. Daar zijn wij niet voor. Wij willen echt iemand dat laatste steuntje in de rug geven voor wie het anders buiten bereik zou blijven. In de tweede plaats, Leo krijgt opnieuw een glimlach op zijn gezicht, en dat is een moeilijk verhaal voor jou, omdat jij er geen bent: het moet potentieel een echte Nyenrodiaan zijn. Dat betekent dat de student op campus gaat wonen en een actief lid wordt van de studentenvereniging. Dat is namelijk het speciale van Nyenrode. Niet die studies, die kun je overal wel krijgen. Dat is een beetje kort door de bocht, want natuurlijk heb je hier professoren die zowel in de theorie als in de praktijk hun sporen verdiend hebben en dat voegt zeker unieke waarde toe. Toch zijn wij van mening dat de echte waarde van Nyenrode is dat je hier meedraait in het leven op campus. Het voelt misschien eerst als mee moeten doen, na verloop van tijd ga je inzien dat je mee mág doen. Je mag hier namelijk eens goed onderuit gaan, zonder al teveel kleerscheuren op te lopen. Het is een kleine maatschappij waar alles gebeurt wat in de boze buitenwereld ook gebeurt, maar dan in een veiliger omgeving.”

 

De hamvraag is natuurlijk: Hoe beoordeel je of iemand een echte Nyenrodiaan is?

Leo: “Ze moeten een motivatiebrief sturen. En tijdens de gesprekken proberen we de kandidaten altijd een beetje uit balans te brengen, kijken hoe ze reageren. Wij zoeken naar signalen waaruit blijkt dat ze oog hebben voor het geheel van het campusleven. We willen studenten die snappen dat het inderdaad niet alleen om de academische vorming gaat, maar juist ook de extra-curriculaire activiteiten.”

Nico: “Het lijkt wel of heel veel dingen die je hier meemaakt pas later hun beslag krijgen. Lessen die je hier leert, komen later weer bovendrijven. Dan kom je in situaties waarvan je denkt, ‘hé, dit heb ik al eens meegemaakt en daar kan ik nu mee uit de voeten.’ Dus het is een ontwikkeling die veel langer doorwerkt dan die paar jaar op Nyenrode. Het campusleven is een soort snelkookpan. Een student merkte op: ‘als ik uit mijn kamer stap, dan sta ik onmiddellijk tussen andere studenten en in de reuring en gedoe, er is geen verschuilen aan.’ Dat is inderdaad dag en nacht je omgeving. Zodra je die poort doorkomt, zit je hier in een eigen sfeer, dat is bepalend. Groepssituaties, bijvoorbeeld een crisis in je bestuur, komen net zo vaak voor als in het echte leven, alleen kun je die hier onder veilige omstandigheden proberen op te lossen. Daar heb je dus in je latere leven ongelooflijk veel profijt van. Daarom vinden wij het belangrijk dat onze studenten de motivatie laten zien dat ze actief mee willen  draaien in de studentenvereniging.”

 

 

“Als ik nu al dat geruzie in de politiek zie, dan denk ik: een jaartje Nyenrode had jullie goed gedaan.”

 

 

Hoe kijken jullie terug op je tijd op Nyenrode?

Nico: “Postma was destijds rector, die kwam op mijn school praten over Nyenrode. Ik wilde graag naar het buitenland en het internaatleven sprak me erg aan, sport was ook een heel belangrijk onderdeel, veel meer dan nu. We moesten met iedereen overweg kunnen door de setting, we konden niet om elkaar heen, dus schikken was aan de orde van de dag. De hele dag door waren we bezig met discussiëren, elkaar overtuigen, soebatten, onze plek veroveren en weer een beetje meegeven. Als ik nu al dat geruzie in de politiek zie, dan denk ik: een jaartje Nyenrode had jullie goed gedaan. We hebben hier geleerd dat ruzie tot niks leidt.” Leo valt bij: “Tussen de leden van de partij 50+ zal je geen Nyenrodianen vinden.”

Leo: “Ik had eigenlijk sociale psychologie willen studeren, maar dat was indertijd een heel lange studie, daar had ik niet zoveel zin in. En bovendien was er thuis geen bodemloze pot met geld. Mijn moeder is gaan werken omdat mijn broer en ik beiden studeerden. Het betekende ook dat ik het snel wilde doen. Ik vond het ook fijn dat de opleiding zo breed was. Allemaal belangrijke redenen, maar we hadden van te voren geen idee dat de tijd op campus ons zo zou vormen. Terwijl je ermee bezig bent, heb je dat eerlijk gezegd ook niet zo door, het overkomt je en je kunt je er niet aan onttrekken. Pas later ben ik het zoveel meer gaan waarderen om de vormende kwaliteiten. Op het moment zelf had ik gewoon ontzettend veel lol. De onderlinge band die wij toen opbouwden is uniek, dat gebeurt nu ook alweer op een andere manier. Onze slaapvertrekken bijvoorbeeld: wij sliepen destijds met 4 of zelfs 6 man op een kamer – en alleen mannen dus, de goeie oude tijd! We konden onze kont niet keren zonder tegen iemand aan te lopen.”

 

Waarom dit aanzienlijke bedrag besteden aan studenten die kennelijk veel in hun mars hebben, en het dus waarschijnlijk zonder jullie bijdrage ook wel zullen redden, zij het dan niet op Nyenrode, maar wel ergens anders? Waarom dat geld dan niet besteden aan de onderlaag in de maatschappij?

Leo: “Het een sluit het andere natuurlijk niet uit. Wij kunnen prima op individuele titel andere doelen steunen, maar als jaargang kiezen wij ervoor om de ervaring die wij hebben gehad en zo waardevol vinden, door te geven.”

Nico: “Bij ‘mijn’ stichting was de discussie over het besteden van het geld aan het Fonds voor Bijzondere Noden. Dat is uiteraard een mooi doel, maar het geld verdwijnt op de grote hoop en wordt ook snel weer uitgegeven. Wij als NOIB-jaar hebben de visie om juist de leiders van de toekomst te ondersteunen. Voortrekkers in de maatschappij, die hebben we nodig.

Leo: “Wij zijn na het verlenen van het scholarship voor de laureaten ook beschikbaar als mentoren. We blijven in contact, indien gewenst uiteraard, niets is verplicht.” Uit alles in het gesprek blijkt trots, ze spreken vaderlijk over de laureaten terwijl ze foto’s laten zien: “Dat is ook een kanjer hoor, potverdorie, laat die maar schuiven.”

Nico: “Aanvankelijk vroeg ik me af wat wij nou toe te voegen hebben, maar ik merk dat ze het waarderen om met oud-studenten te praten. We doen ook ons best om de laureaten bij elkaar te houden in een groepje ook na hun studie. Maar ook: wij hebben belangstelling voor wat ze doen, en dat hebben ze niet altijd in hun eigen omgeving, bijvoorbeeld omdat die het concept Nyenrode niet snappen. De belangstelling resulteert soms in een adviesje, maar altijd met terughoudendheid. We nodigen ze ook uit bij de reünie van ons jaar. Een groot deel van onze laureaten doet nu ook mee met het scholarship fonds. Zij kunnen het dus van ons overnemen, als wij er straks niet meer zijn. Dat is natuurlijk fantastisch.”

Leo: Er zijn ook jaargangen die ervoor kiezen om bij te dragen in materiële zin. Bijvoorbeeld de restauratie van een kunstwerk of een gebouw. Dat kunnen ze aanraken. Wij hebben heel wat mensen aangeraakt de afgelopen jaren. Het moet passen bij een jaar. We zijn voor de studenten gepromoveerd tot grootvaders inmiddels. Het feit dat wij geld beschikbaar stellen speelt volstrekt geen rol in de verhoudingen.

Op welke Nederlandse universiteit komen jaarclubs na ruim zestig jaar nog bij elkaar om dit voor nieuwe studenten mogelijk maken? Geen enkele! Op Nyenrode wel. Dat komt door die band die we tijdens onze campustijd hebben opgebouwd.”

 

Zien jullie veel verschil tussen het Nyenrode van vroeger en nu?

Leo: “De studie is nu veel intensiever en hoogstaander. Vroeger was het niet van universitair niveau. Dus dat heeft enorme invloed op het studentenleven. Eigenlijk is 16 maanden wel erg kort om andere activiteiten te ontplooien, twee jaar zou beter zijn.”

Nico: “Het was vroeger veel meer als een kostschool. Als je een avond met verlof was en laat terug kwam op de campus, dan stond er een mand met boterhammen voor je klaar. Tenminste, als je hongerige jaargenoten je niet voor waren geweest. We aten altijd in het koetshuis. Met z’n allen, 240 man. Als mensen je wilden bereiken, moesten ze bellen tijdens het avondeten, en dan werd je omgeroepen. Dus dan was er telefoon voor meneer Booy (Frank Booy, 19580010) en dan riep de hele zaal als één man: “Booy, wat ben je mooi!”

 

Lees ook de interviews met Mathijs Schlepers, Remi Bode en Maud Best.

Other news